Begin jaren '90 publiceerde ik een verhaaltje van 4 pagina's in Wartaal met in de hoofdrol een zekere Geert, de oerversie van Max Miller. Nu zie ik dit verhaaltje (tekst én tekeningen) als een jeugdzonde, maar destijds wilde ik er toch iets meer mee doen.
Ik maakte er dus een boekje van, hardcover, genummerd en gesigneerd in een oplage van wel 12 (!) exemplaren, bestemd voor familie en vrienden.
Waarom ik dit hier nu noem? Om een aantal redenen. Allereerst is dit verhaaltje natuurlijk verwerkt in 'Moordkunsten'. Maar daarnaast zijn in de tekst en tekeningen in dit boekje mooi een aantal invloeden (of inspiratiebronnen) op mijn eigen werk aan te wijzen, en één van de vragen die Otto mij een poos geleden mailde ging over deze invloeden (nee, ik ben dus alle nog niet beantwoorde vragen niet vergeten en ga ze, als het zo uitkomt, allemaal beantwoorden. Je kunt zelfs nog steeds, per mail of via een reactie op deze blog, nieuwe vragen stellen).
De titelpagina laat al direct de invloed van speelfilms zien. Zolang ik mij kan herinneren ben ik gek op films en ben ik gefascineerd door de manier waarop films gemaakt worden (ik lees dan ook regelmatig boeken over het maken van films). Niet dat ik nu direct de ambitie had of heb om films te maken, maar veel techieken in films zijn heel goed te gebruiken bij dan wel te vertalen naar het maken van strips. En ondanks dat ik (tenminste niet bewust) scènes of verhaallijnen uit specifieke films gebruik, brengen sfeer, verteltechnieken en ook zeker cameravoering mij vaak op een bepaald spoor bij het maken van verhalen en tekeningen.
Ik heb het al eens eerder genoemd (te lezen via deze link), maar de manier waarop Peter Jackson in de slag om Helmsdiep te werk ging om de kijker betrokken te houden bij het verhaal is een voorbeeld van een verteltechniek in een specifieke film die ik heb toegepast in 'Moordkunsten'.
In het boek van het Wartaal verhaaltje nam ik niet alleen de strippagina's op, maar plaatste ik in een aantal grote platen ook nog intro. En omdat ik gek op film ben, liet ik het verhaal beginnen op het grote doek.
De 'filmbeelden' en de teksten zijn voornamelijk inside jokes, maar doen ook heel goed dienst als inleidende shots op het verhaal van vier pagina's. Overigens is dit één van de weinige keren dat ik plakrasters in mijn tekeningen heb gebruikt (los van de nieuwjaarskaarten tot ongeveer 2000). De techniek ligt mij niet zo en ze beschadigen mijn originelen. Gelukkig kan ik grijswaarden tegenwoordig gewoon in Photoshop toevoegen.
De laatste plaat (met een fijner raster omdat de 'film' is afgelopen en de lampen in de zaal weer aan gaan) laat een hele andere beïnvloeding zien ('lees' de tekstballon maar). Ik ben namelijk niet alleen gek op film, maar ook op filmmuziek. En dan niet de cd's volgepropt met popsongs, maar de zogenaamde 'original scores', de orkestmuziek dus.
Omdat striptekenen een behoorlijk solitaire bezigheid is, luister ik tijdens het werken veel en vaak naar deze filmmuziek. En omdat er zo ontzettend veel soorten en stijlen filmmuziek bestaan, is er altijd wel muziek te kiezen die past bij de tekeningen die op dat moment maak, of de werkzaamheden die ik moet uitvoeren.
Bij het schrijven en het indelen van de pagina's (o.a. het vastleggen van de 'cameravoering') kan ik over het algemeen geen overheersende muziek gebruiken. Tijdens deze taken zet ik dan meestal vrij rustige muziek op, zoals (en dit is maar een willekeurige opsomming) Jane Eyre, Schindler's List, Memoirs of a Geisha (John Williams), Sommersby (Danny Elfman), Novecento, Marco Polo (Ennio Morricone) of de muziek voor Legends of the Fall (James Horner).
Tijdens het tekenen zelf komt de muziekkeuze wat minder nauwkeurig en zet ik vaak die muziek op waar ik op dat moment zin in heb, zoals de muziek voor Star Wars, Indiana Jones, Jaws, Close Encounters of the Third Kind (wederom John Willams, één van mijn grote favorieten), Back to the Future (Alan Silvestri), Batman of Spiderman (Danny Elfman), Lord of the Rings (geweldige muziek van Howard Shore) of muziek voor de James Bond films (met name die door John Barry en David Arnold).
Een enkele keer zet ik heel bewust specifieke muziek op tijdens het tekenen, bijvoorbeeld bij het tekenen van specifieke actiescènes. Hiervoor is bijvoorbeeld de muziek voor The Incredibles (Michael Giacchino), Mission Impossible (Elfman of Giacchino) of, als Max het weer eens gered heeft, Independence Day (David Arnold) heel geschikt.
En bij het schrijven van deze blog draai ik ook vaak muziek, zoals nu de muziek voor Young Sherlock Holmes, gecomponeerd door Bruce Broughton.
Zijn er naast film en filmmuziek nog andere invloeden op mijn werk te benoemen? Natuurlijk wel! In de eerste plaats natuurlijk de stripklassiekers die iedereen wel kent. Tijdens het lezen van strips kan ik het meestal gewoon niet laten om te kijken hoe andere stripmakers problemen oplossen, om daar vervolgens mij eigen ding mee te doen. En ik lees ook best veel 'gewone' boeken die ongetwijfeld doorwerken in mijn verhalen.
Maar ik probeer er wel voor te waken al deze invloeden en bronnen van inspiratie niet direct te gebruiken in mijn eigen werk en dus heel bewust 'mijn eigen ding' te doen. Ik zal dan ook nooit tijdens het schrijven of tekenen het werk van anderen (of dat nu strips, films of boeken zijn) erbij pakken om de 'problemen' in mijn verhalen / tekeningen op te lossen. Dat elementen in mijn werk dan toch lijken op andere verhalen of beelden is overigens niet te voorkomen, want alles is natuurlijk al een keer gedaan en omdat er slechts een handjevol universele thema's te benoemen zijn lijken verhalen vaak in meer of mindere mate op elkaar. Maar ik probeer wel elke keer een zo origineel mogelijke uitwerking te verzinnen die hopelijk voor een prettig (half-)uurtje kijk- en/of leesplezier zorgt. En als ik dat kan bereiken (en volhouden) dan ben ik best tevreden!